|
Het is het soort wagen dat de laatste jaren vooral gebruikt wordt in de strijd tegen de maagdelijkheid.
Puistige, sigaretten rokende jongens flaneren er tijdens de vakantiemaanden mee door de straten van de badsteden, met één hand piloterend, de andere arm uit het raampje bengelend. Door de baffels bonken doffe dansbeats.
BoenkeBoenkeBoenkeBoenk.
Wij zijn jong en wij zijn cool en wij willen wat. Ze roepen iets naar meisjes in monokini of ceintuurbrede rokjes. Willige grietjes met in meerdere kleuren geverfde haren die, rook uitstotend en kauwgom malend, koste wat kost zo snel mogelijk hun eerste keer willen beleven. Het lijkt wel een race tegen de tijd.
Het leer van de achterbank toont sleetse plekken, daar waar de liefde als een olympische sport werd bedreven. Eerst was deelnemen het belangrijkste, dan begon men een score bij te houden. Kwaliteit is een woord dat men uit het woordenboek heeft geschrapt, er wordt alleen met kwantiteit gemeten. Van de eerste French kiss tot drie-op-een-rij op de achterbank van de wagen van een jongen die men amper kent, tijdens een en hetzelfde verlof aan zee. Het lijkt of hun verstand naar hun middenrif is gezakt, in het stringetje waarmee ze hun hunkerende poesjes amper bedekken. Hun leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Zíj zullen nooit meer dezelfden zijn.
Ach, niets blijft ooit wat het is. Dat heet vooruitgang.
|