|
'Meneer de rechter,' zei ik, 'men heeft me een advocaat toegewezen,
die zijn geld meer dan waard is. Hij werkt namelijk pro deo, ziet
u?'
De ouwe moest hartelijk lachen en ik smeerde hem
nog wat stroop om de mond, wierp mijn ongelukkige jeugd in de weegschaal
en merkte op dat ik om kleinere zonden terecht stond. Mijn kruiperigheid
stuitte me tegen de borst en ik nam me voor om bij gelegenheid bij
hem eens langs te lopen en wat zilverwerk te jatten. Kwestie van
het evenwicht te bewaren.
De rechter reageerde zoals ik had verwacht. Hij
begon streng, nam zaak na zaak nogmaals onder de loep en wees me
op de ernst van de vergrijpen. De verontwaardigde klank in zijn
stem nam echter gaandeweg af en ging over in vaderlijke strengheid.
Hij zou me nog een kans geven, rekening houdend met
dit en rekening houdend met dat en toen ik het hoofd boog omdat
ik iets onder mijn schoen zag kruipen en dat beestje persé
dood wou trappen, zag hij daarin een bewijs van berouw en deemoed.
Enfin, na een lange preek, kwam het erop neer dat
ik over een maand als een vrij man de gevangenis zou mogen verlaten.
|