|
Juli. Knokke ligt onder een wolk die regen zeikt. De valiezendans
bereikt zijn jaarlijkse limax. De kuststad slibt dicht. In het commissariaat
staan de gezichten op futloos. De brigade is onderbemand en snakt
naar versterking.
Een vijftiental schoolkinderen is met het stormweer in een verboden
zone gaan zwemmen. Op een werf en in een appartementsgebouw worden
twee lijken aangetroffen.
Leopold Lippens parkeert zijn Saab dwars over twee plaatsen en stapt
uit. Zijn gevlekte jagershond gaat achter het stuur zitten. De graaf
burgemeester zegt: 'Ik heb slecht nieuws, slecht nieuws en slecht
nieuws'. Waarmee zal ik beginnen?'.
Rettektet Mariëtte heeft iets meegemaakt, dat haar nooit eerder
is overkomen. En dat wilt ze zo snel mogelijk aan inspecteur Borré
vertellen.
Diens relatie: kabbelkabbelkabbel. Het gaat zoals het gaat. Maar
je weet nooit wanneer je leven verandert.
En commandant Mangels vraagt zich af, wie van het korps de euvele
moed heeft gehad om zijn moeder op de bon te slingeren, omdat het
84-jarige mens haar gordel niet droeg.
|