"Knokke is een van de laatste stukjes België"

Knokke en misdaad. Van die combinatie krijgt burgemeester Lippens brandend maagzuur. Toch spelen de misdaadromans van Jos Pierreux zich af in de meest mondaine Vlaamse badplaats. Prima plek dus om met de schrijver af te spreken.

Jos Pierreux gebruikt badstad als decor en burgemeester Lippens als personage in misdaadromans

De 48-jarige Pepingse handelaar in bouwmaterialen Jos Pierreux heeft zopas een tweede thriller uit. Hoofdrolspeler in zijn twee misdaadboeken is de 32-jarige speurder Luk Borré, inspecteur bij het Knokse politiekorps. Borré is een buitenbeentje, een aangespoelde, iemand die van het binnenland naar de Kust is verhuisd.

Samen met korpsoverste Mangels, collega's Stefaan Athenus, Daniël Pisters, Koolvoet, Lechamps en de opmerkelijk groot geschapen Mariëtte Retteketet probeert Borré de misdaad in Knokke onder controle te houden en criminelen op te sporen, al doet hij dat niet altijd volgens de letter van de wet.

Graaf burgemeester Leopold Lippens, kortweg de GB, duikt voortdurend op in de boeken van Jos Pierreux. De scènes met de flamboyante burgemeester leveren steevast hilarische passages op.

"Een paar jaar geleden begon ik uitspraken van Lippens te verzamelen", zegt Jos Pierreux. "In de talrijke huis-aan-huisbladen en andere plaatselijke publicaties vind je altijd wel een interview met Lippens. Eén bladzijde levert al snel zes of zeven oneliners op. Die kan ik goed gebruiken in mijn boeken."

Pierreux ziet Lippens als een stripfiguur. "Hij bestuurt zijn stad ook op een unieke manier, al heeft die nog weinig te maken met democratie. Maar zijn manier van werken maakt alles wel makkelijker."

Heeft Lippens al gereageerd op uw boeken?

Niet rechtstreeks. Mijn uitgever wilde mijn eerste boek, De dode die met z'n tweeën was, in het politiekantoor van Knokke voorstellen. Die plannen stootten op een njet van Lippens. Er was hem verteld dat het boek een mengeling was van fictie en non-fictie. Lippens had daar blijkbaar schrik van. Ik begrijp dat wel. De jongste maanden zijn er een paar tv- programma's geweest waarin niet zo'n fraai beeld van Knokke werd geschetst.

Burgemeester Lippens bestaat echt. Hoe zit dat met uw andere personages?

Ik schrijf al dertig jaar boeken. Slechts één of twee daarvan zijn uitgegeven. Zowat alle personages die ik nu gebruik, doken eerder al in mijn verhalen op. Ik ken ze dus al jaren en ze zijn bijna allemaal gebaseerd op bestaande mensen. Op vrienden of kennissen. Hun karakter heb ik veranderd, maar hun uiterlijk klopt. Dat is gemakkelijk wanneer ik bijvoorbeeld iemand moet beschrijven die van kapsel verandert of plots een baard heeft. Ik moet maar naar mijn vrienden kijken om te weten hoe ik dat moet beschrijven.

Vinden die mensen dat leuk?

De meesten lezen geen boeken. Bovendien gebruik ik alleen hun uiterlijk. Hun relaties, hun gezinssituatie, hun tics of onhebbelijkheden zijn verzonnen.

Voor de rest voel ik mij zoals Kuifje. Ik loop overal rond, ga overal binnen. Een van mijn hobby's is lekker gaan eten, ook in chique restaurants. Een tijdje geleden was ik in De Karmeliet in Brugge, een gerenommeerd driesterrenrestaurant. Ik ben er nu tweemaal geweest en ik vind het een afschuwelijk oord. De sfeer is zo koud en steriel. Mochten ze het aandurven, dan zouden ze de klanten in een bed leggen en hun voedsel via een infuus toedienen. Hoe hebben die ooit drie sterren gekregen? Er zijn nochtans sterrenrestaurants waar het wél gezellig is.

Ik ken ook donkere kroegen waar volop ambiance heerst. Soms loop ik een kroeg binnen die vol motards zit, nadat ik een das heb aangedaan om te zien hoe ze daarop reageren. En ik ken cafés waar gasten vol tatoeages aan de toog hangen. Als die me in mijn net pak zien binnenkomen, kloppen ze op mijn schouder: 'Komaan, Joske, we gaan er ene drinken!'

Ik ben gaan werken toen ik zeventien werd en heb mij opgewerkt. Ik kan er nu echt van genieten om in een mooi en stijlvol restaurant te vertoeven. Er bestaan mensen die denken dat iedereen altijd overal binnen moet kunnen, maar soms moet je er toch wat moeite voor doen. Pas dan kun je echt genieten. Ik heb soms medelijden met rijkeluiszoontjes die alles in hun schoot geworpen krijgen en die vervolgens alles saai en vervelend vinden.

Dan kan u in Knokke veel inspiratie opdoen?

Sommige mensen zeggen dat ik Knokke haat, anderen dat ik van Knokke hou. De waarheid is dat ik Knokke goed kan gebruiken in mijn boeken. De meeste Vlaamse steden hebben weinig karakter - ik kan bijvoorbeeld geen verhaal laten afspelen in Gent. Knokke daarentegen is een bijzondere stad met een eigen karakter.

Knokke is een beetje een cartoonstad. Je hebt verschillende Knokkes: heel druk tijdens het seizoen, heel rustig op weekdagen buiten het seizoen, wanneer al die gepensioneerden zich eindeloos vervelen, en weer heel anders tijdens een voorjaarsweekend met dagjesmensen en tweedeverblijvers.

Knokke is ook een van de laatste stukjes België. Je ziet hier nog veel huizen, villa's en appartementen waar de driekleur buiten hangt. En op de Nationale Feestdag doet bijna heel Knokke mee.

Elk weekend ben ik in Knokke. Zaterdagavond kom ik hier toe met mijn vrouw, zondagavond vertrek ik opnieuw naar het Vlaams-Brabantse Pepingen, waar ik woon en een zaak in bouwmaterialen heb. Elke werkdag sta ik om vijf uur op. Eerst schrijf ik een uur, daarna begin ik te werken. Ik werk zes dagen op zeven. Eén week per jaar neem ik vakantie, de week van de 21ste juli. Dan komen mijn vrouw en ik een week naar Knokke.

Net zoals een aantal van mijn personages vind ook ik in Knokke mijn evenwicht terug: een hele week hard werken en in het weekend een dag de grote mijnheer uithangen. Knokke is een sprookjeswereld, een irreëel stukje samenleving.

Soms bent u in uw boeken wel hard voor de mensen.

Ik zie daar niets verkeerds in. Het is mijn analyse en ze klopt ook wel, denk ik. De samenleving is ingewikkelder geworden. Ik heb geen heimwee naar vroeger, maar ik denk dat het voor veel mensen vandaag te onoverzichtelijk geworden is.

Moet je het dan aanpakken zoals inspecteur Borré, die een loopje neemt met de wet als het hem uitkomt?

Nee, natuurlijk niet. Maar wat kan je wel doen? Ik ben bijna vijftig en heb mijn hele leven keurig de wet gerespecteerd, heb mijn belastingen betaald... De jongste tijd voel ik me voortdurend opgejaagd. Ik werk met vier personeelsleden. Het is bijna onmogelijk om dat nog volledig en keurig volgens de wet te doen. Er zijn te veel voorschriften en regeltjes. Er moeten wetten zijn, maar er zijn er veel te veel. Iedereen is de 'Wet van Het Gezond Verstand' uit het oog verloren.

Geert D'HULSTER

Gazet van Antwerpen